Hoe ‘exclusives’ streaming muziek om zeep helpen

Heerlijk! Ik kan óveral waar ik wil Guillermo & Tropical Danny luisteren. Steel Panther bij m’n ouders thuis: geen probleem. En het laatste nummer van Gusttavo Lima? Peanuts. Techniek staat voor niks en streaming muziek is helemaal ingeburgerd. Maar helaas, de muziek op streamingdiensten is volkomen versplinterd. Alle muziek is wel af te spelen, maar niet allemaal met één abonnement. Een complete muziekcatalogus is verder weg dan ooit.

Even geleden maakte Jay-Z bekend dat hij een aantal van zijn albums van alle streamingdiensten haalt. The Blueprint Trilogy, zijn pièce de resistance, is nergens meer te bekennen. Downloaden via iTunes dan? Nope, noppes, nada. Slechts één klein streamingdienstje biedt nog moedig weerstand: Tidal. Jay-Z is daar nog wel te beluisteren (mocht je dat leuk vinden), maar dat is natuurlijk geen verrassing: Tidal is van Jay-Z.

En Tidal heeft wel meer exclusives. Jay (nog steeds Z, even voor de duidelijkheid) heeft ook Kanye West in zijn marketingweb gesponnen. West tweette de volgende tekst over zijn nieuwe album The Life of Pablo: “My album will never never never be on Apple. And it will never be for sale… You can only get it on Tidal. (…) Sign up to Tidal now.” De verplichte hashtag #adv ontbrak maar het is duidelijk dat Kanye met deze sponsored content zijn kachel weer 3 maanden kon laten branden.

Ook andere streamingdiensten hebben exclusieve content. Zo heeft Apple Music de rapper Future gestrikt (wie?) en had Deezer even als enige het nieuwste album van de Paus (geen grap).

Exclusiviteit zorgt natuurlijk al voor versplintering. Wat exclusief is bij de één, is bij de rest volledig absent. Maar versplintering is ook het gevolg van andere factoren. Artiesten (lees: Rihanna en andere muziekgrootmachten) doen natuurlijk waar ze lekker zelf zin in hebben. Het ene moment alles online en een paar dagen laten alles weer van de streamingdienst flikkeren? Geen probleem, (wijlen) Prince. Ruzie krijgen met Spotify en je relatie helemaal stopzetten? Prima, Taylor. En klinken als een oude man die naar de wolken schreeuwt omdat ‘streamen slecht is’? Hmm. OK, Thom Yorke.

Natuurlijk zullen kleinere artiesten minder snel overgaan tot nitpicking: hoe meer hun muziek verspreid wordt, hoe beter. Er wordt toch niks mee verdiend, maar dan kent in ieder geval iedereen je naam. De opbrengsten komen wel vanuit merch en live optredens (tenzij je voor 5 muntjes en een krat Jupiler blijft spelen).

musician-someone-who-loads-5000-worth-of-gear-into-500-car-to-drive-100-miles-to-a-50-gig

Waar komt deze nitpicking en versnippering vandaan? Artiesten lijken te worstelen met de (nog steeds) nieuwe vorm van muziekexploitatie. Schijnbaar harken ze nou niet bepaald veel geld binnen door het aantal ‘plays’, maar de prijs omhoog gooien kan ook niet. De terugval naar het weer ouderwets de torrent-machine aanzwengelen is gemakkelijk gemaakt. Zo bleek ook bij Kanye’s The Life of Pablo: de exclusiviteit (en hogere prijs bij Tidal) zorgden voor een downloadrecord. Met als gevolg: het album is ondertussen overal verkrijgbaar, en niet meer alleen bij Tidal. Tja Kanye, die kachel moet natuurlijk blijven branden.

Artiesten zitten in een catch-22. Geen of een beperkt streaming aanbod leidt tot downloads, en dus geen inkomsten. Maar wél zo’n aanbod levert ook nauwelijks wat op, zeker voor de Django Wagners van deze wereld. Door al dit gewurm is in ieder geval geen streamingdienst meer compleet. Er lijken juist steeds meer gaten te ontstaan.

Voor wie is deze versnippering goed? Wie baat hierbij? Helemaal niemand. Natuurlijk proberen alle verschillende diensten iedereen met exclusives over te halen bij hen een abonnement te nemen. Maar zo eenvoudig werkt het – overduidelijk – niet. Als iemand eenmaal een streamingabonnement heeft, zit-ie daaraan vergroeid. Grote kans dat je binnen je Spotify-abo allerlei afspeellijsten hebt gemaakt, kanalen volgt en favorieten hebt opgesteld. Het getuigt van commerciële naïviteit om als superster te denken dat wij wel meegaan, ‘want dat ene abonnement heeft iets dat het mijne niet heeft’.

Dat downloaden we dan wel via Kickasstorrents.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Klankjatters, of ‘geïnspireerd’: hoe zit het met muzikale samples?

Klankjatters, of ‘geïnspireerd’? Wat zijn artiesten die een stukje uit andermans nummer halen en dat gebruiken in een eigen liedje? Met het gebruik van samples kan flink worden gecashed, zonder dat aan de originele artiest iets wordt betaald. Mag dat zomaar?

Onbewust wordt iedereen er dagelijks aan blootgesteld: samples in nieuwe muziek. Het is niet per se iets van de laatste jaren, maar is met de moderne mixtechnieken zoveel makkelijker geworden dan toen nog daadwerkelijk ‘geknipt’ en ‘geplakt’ moest worden. Ja, het is niet altijd ctrl+c, ctrl-v geweest. Maar wat is sampling nu precies? Men pakke een scheutje drumlijn, 2 tl gitaarriff en misschien zelfs een beetje van de zangpartij en voege dit toe aan een eigen arrangement. Zet alles een toon hoger, voer het tempo wat op en voilà; een nieuw liedje is geboren. Maar dan met iemand anders zijn naam eronder.

Voorbeeld? Nou bekijk hieronder een paar – verrassende – voorbeelden van samples.

Is dit alles erg? Net als dat mijns inziens voor covers geldt: nee, niet per se. Het kan juist bevorderlijk zijn voor het behoud van cultuur om sampling te stimuleren. Stukjes van oude nummers worden nieuw leven ingeblazen en worden zo misschien wel ‘beter dan het origineel’. Daft Punk heeft hier nogal een handje van, maar als zelfs de Beatles hun inspiratie putten uit werk van anderen weet je dat sampling belangrijk is.[1] Sampling, met andere woorden, stimuleert creativiteit en moet waar mogelijk dan ook zo min mogelijk worden beteugeld. Maar gaan we het dan ook prima vinden als iemand zomaar een hele baslijn kopieert? Of nou net die bekende solo de hele tijd herhaalt?

De vraag is dus waar juridisch de grenzen liggen. Dat moeten we vanuit 2 hoeken bekijken: auteursrechten en naburige rechten.

Auteursrechten

Een muziekstuk is eigenlijk altijd wel auteursrechtelijk beschermd. Een song zit boordevol creatieve keuzes en dat totaalplaatje bezorgt de schrijver (componist) het alleenrecht om wat met dat liedje te mogen doen. Maar let op: dat geldt (voornamelijk) voor het totaalplaatje, en niet per se ook voor elke losse gezongen ‘Oeh’ of iedere snare drum hit in de song. En daar zit nu juist het punt bij sampling. Samples zien immers juist niet op de gehele song (dat zijn covers), maar zijn eigenlijk altijd een klein onderdeel daarvan. Samplers pakken dus iets dat op zichzelf niet zomaar auteursrechtelijk is beschermd. Met auteursrechten red je het als schrijver van de song dus niet snel, zeker niet als iemand korte samples gebruikt.

Zo zijn de 4 akkoorden in dit filmpje niet zomaar beschermd. Die gebruikt namelijk iedereen….

Naburige rechten

Dan zijn er ook nog de naburige rechten, die zo worden genoemd omdat ze aanhangig zijn aan auteursrechten. Het gaat hier echter om de opname, en niet zozeer om het achterliggende liedje. Min of meer is het verder wel hetzelfde regime: alleen de rechthebbende mag iets met de opname doen. Niet de componisten hebben naburige rechten, maar de uitvoerende artiesten en (hier vooral belangrijk) de platenlabels die de opnames maken. Zo is bijvoorbeeld Blurred Lines gezongen door Robin Thicke: hij heeft dus (mede) naburige rechten. Pharrell heeft het nummer echtergeschreven, dus hij heeft de auteursrechten. Nou ja, wel samen met Marvin Gaye dan – maar dat is een heel andere discussie.

Toestemming

En hoe zit het met samples ten aanzien van naburige rechten? Nou, toch even anders dan bij auteursrechten: het is goed denkbaar dat via naburige rechten vooral platenmaatschappijen wél het gebruik van samples kunnen verbieden.

Deze juridische status quo is in Nederland nog niet uitgekristalliseerd, maar die conclusie vloeit wel voorzichtig voort uit de Duitse uitspraken Kraftwerk I/II[2] en de Amerikaanse uitspraak Bridgeport Music v. Dimension Films.[3] In een notendop: hoe kort de sample ook is, je hebt toestemming nodig van de houder van de naburige rechten. En of de sample überhaupt herkenbaar is, doet er volgens die rechters ook niet eens toe.[4] Die laatste (verregaande) conclusie gaat in Nederland overigens niet op: de sample moet wel herkenbaar blijven.[5]

Hoe dan ook toch een flinke juridische drempel dus voor muziekproducenten, die even een sampletje willen gebruiken. Wát je ook overneemt, de naburige rechten-politie kijkt mee. Of liever, de platenmaatschappijen. Misschien (straks) ook in Nederland. Maar dat is eigenlijk ook niet zo vreemd: die hebben de opnames doorgaans ook betaald. Dan mogen ze er ook wel iets voor terug krijgen, zeker als een belangrijk stukje succesvol door iemand anders wordt gebruikt.

Overigens vraag ik me wel af of een strikte toepassing als die de Amerikaanse en Duitse rechters voor ogen hadden het gewenste effect sorteert, en niet de creativiteit stokt. Voor alles is toestemming nodig, en dat is nog niet zo eenvoudig. Sommige samplers zien liever af van de enorme papierwinkel, moeten maanden wachten op toestemming (‘clearing’) of blijken uiteindelijk een fikse factuur te moeten betalen. Zij doen dan maar iets anders of vallen terug op het zelfmaken van een soortgelijke sample. Dat lijkt mij allemaal niet wenselijk, zeker omdat digitale technieken nu juist muziek delen zo makkelijk maken. Het gebruiken van samples heeft met andere woorden nogal wat voeten in de aarde.

Terugkomend op mijn eerste vraag: mag sampling? Juridisch lijkt het antwoord redelijk helder: elke sample vereist eigenlijk toestemming. Maar het is de vraag of we alles met een juridische bril moeten bekijken, en niet eens onze oren moeten openzetten voor wat cultureel gewenst is.


[1] ‘Blackbird’; geïnspireerd door Bourrée uit de suite in e-kleine terts voor luit BWV 996 van Johann Sebastian Bach. Al ging het daar meer om een aangepast segment dan een gekopieerde sample.

[2] BGH 20 november 2008, nr. I ZR 112/06 (Kraftwerk/Pelham cs.).

[3] “BRIDGEPORT MUSIC, INC. v. DIMENSION FILMS 410 F.3d …” 2010. 21 Mar. 2016 <http://cyber.law.harvard.edu/people/tfisher/IP/2005%20Bridgeport%20Abridged.pdf>

[4] Normaal is dit in Nederland wel anders: als iets echt maar een ondergeschikt stukje is in een ander (nieuw) werk, dan is van inbreuk geen sprake (art. 18a Auteurswet en 10h Wet Naburige Rechten). Maar deze uitzondering geldt in principe niet voor sampling: TK 2001/2002, 28 482, nr. 3, p. 53.

[5] Ch. Gielen en D.J.G. Visser, T&C IE, p. 155.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ik haat Radio 2. Maar ik hou er steeds meer van…

Kolonisten van Catan. Paprika Tucs. John Mayer zachtjes vergezellend op de achtergrond. Voelt dit als een zaterdagavond? Voor mij niet.

Maar toch is er iets mis. Een grote vrees heeft mij meester gemaakt dat ik binnen de kortste keren ook de godganse dag naar 80’s-hits op Radio Veronica of Marco Borsato op Radio 2 luister. Radio 2. Ik háát luisteren naar Radio 2. Daar luister je toch pas naar als je alle cd’s van Charles Aznavour in je kast hebt staan? De realiteit blijkt echter anders. Ik luister tegenwoordig al steeds meer naar de middle-of-the-road muziek die deze zender over het publiek van middelbare leeftijd uitstort.

resize

3FM was mijn stamzender. Is mijn stamzender, excuus. Kijk, het is niet dat ik 3FM beu ben of dat de zender geen goede muziek meer draait. Maar de muziek die ze draaien, die wordt grijsgedraaid. Mijn god, die wordt grijsgedraaid. Ik kan de radiozender niet aanzetten zonder alweer Mumford & Sons te horen met I Will Wait. Wat zeg ik, als ik aan Giel Beelen dénk hoor ik al OMI met Cheerleader. Brrr.

Ik ben allang blij dat ik niet eerder dan 07:30 mijn bed uit hoef. Dat bespaart me namelijk de gruwel om elke morgen Begin de Dag met een Dansje te horen. De persoon die naast mij ligt als ik hiermee wakker word wens ik veel geluk toe en mijn wekkerradio evenzo meer. Laat ISIS elke morgen dit programma-item horen en ze gooien gelijk de handdoek (pardon de hidjab) in de ring. En die cliché 90s-week, hebben we daar nu niet ook genoeg van?

Maar ik luister nog steeds. Naar Opa Beelen, Mama Appelsap én de alternatieve platen van 3voor12. Er zijn nog genoeg leuke items, en er worden ook heus wel genoeg goede platen gedraaid. Maar verdorie, draai die platen dan niet 3 maanden non-stop en daarna nooit meer! 3FMs playlist wordt volgens mij om de zoveel tijd volledig gerefreshed – terwijl dat toch niet hoeft?

En zo beland ik dan onverhoopt toch wel eens bij Radio 2. Soms schrik ik dan direct terug, als ik de gesneden salami al ruik en visies krijg van een abonnement op de AVRO Bode. Maar soms, heel soms, voel ik me al een beetje thuis op dat zachte (voorgevormde) kussentje dat Radio 2 heet. En dan is John Mayer op een zaterdagavond ineens niet zo gek meer. Maar voordat het écht zover is; voordat ik daadwerkelijk de overstap maak, dan zal de kindertafel bij verjaardagen (op zondagmiddag) al heel wat meer gevuld zijn. Tot die tijd, blijf ik nog even bij 3FM.

Of stubru.

Oh ja; de Top 2000 is trouwens nog een uitzondering. Om die reden luister ik eigenlijk al jaren naar Radio 2…

Geplaatst in Geen categorie | Tags: | Een reactie plaatsen

Rodriguez: hij is niet dood, hij leeft!

Mythes zijn er in overvloed. Volgens de één zou hij een pistool op zichzelf hebben gericht; andere verhalen melden weer dat hij zichzelf in brand zou hebben gestoken. Op het podium zelfs. Maar wat is er nu écht gebeurd met folkzanger Rodriguez?

Ik hoor u denken: Rodriguez, wie is dat in vredesnaam? Het is u vergeven. De (volledige) naam Sixto Rodriquez laat bij de meesten inderdaad geen muzikaal belletje rinkelen. Zijn werk heeft, zeker in Nederland, geen noemenswaardige stempel op het muzieklandschap weten te drukken. En dat is erg jammer, want zijn nummers kunnen zich met gemak meten aan die van grootheden. Qua teksten doet Rodriguez bijvoorbeeld niet onder aan Dylan’s epos Like A Rolling Stone en het muziekarrangement zelf (ook erg Dylan-esque overigens) staat bol van vernuftigheid. Dus hoe komt het dat niemand hem kent en de meest exotische verhalen over zijn dood de ronde doen?

Searching_for_Sugarman

Dat laatste is nog het meest opvallend. Ondanks alle inventieve urban legends is Rodriguez niet dood. Hij leeft. En treedt nog steeds op. Aandacht voor Rodriguez is sinds 2012 echter explosief toegenomen, en wel door de documentaire Searching for Sugar Man. Deze film ging geheel over Rodriguez en begint inderdaad met het uitgangspunt dat ‘ie dood is. Gedurende de documentaire ontdekt de kijker dus echter dat Rodriguez zichzelf helemaal niet in brand heeft gestoken (wie komt erop?), maar een simpel teruggetrokken leven leidt in Detroit. Waar hij altijd al heeft gewoond. Soit; een mislukte artiest. What else is new?

Held in Zuid-Afrika
Ho, stop. Ondanks dat niemand hier hem kent, is Rodriguez geen mislukte artiest. Natuurlijk valt over de kwaliteit van zijn muziek te twisten (net als over zijn staat van leven, blijkbaar), maar in Zuid-Afrika is Rodriguez een held. Van Elvis-achtige proporties zelfs, maar dan zonder een teleurstellend einde in een sneu toilet. Het is niet helemaal zeker hoe zijn platen daar in de jaren ‘70 terecht zijn gekomen, helemaal vanuit de VS. Toch hebben ze in het verre Kaapstad afzet gevonden – ook zonder Spotify, Napster of (zelfs) cd’s, hoe muziek zich pas de laatste decennia heeft verspreid. En nadat zijn nummers daar dus fysiek vaste voet aan de grond kregen, deed zich iets bekends voor, jawel: weer een Bob Dylan-referentie.

Net als Dylan’s nummers hadden Rodriguez’ songs maatschappelijke relevantie. Apartheid was in de tijd van Rodriguez’ muziek nog een ding. Het Zuid-Afrikaanse regime werd strikt gehandhaafd en zorgde ervoor dat protestliederen gretig aftrek vonden. Zoals die van onze held in dit verhaal: zijn teksten werden aangegrepen als verzet tegen de heersende rassensegregatie. Jaja, zeg dat maar eens drie keer achter elkaar.

The Establishment Blues en Hate Street Dialogue; wat verwacht je ook met zulke titels? En Rodriguez had ze helemaal niet eens geschreven met apartheid in mind. Het maakte niet uit: zijn muziek ging als stomende broodjes over de toonbank. En wanneer kwam-ie daar zelf achter? In 1997. 20 jaar nadien. Gemiste kans, zullen we maar zeggen.

En nu de rest van de wereld
Tegenwoordig tourt Rodriguez wel gewoon de wereld rond. Nog steeds geen overbekende naam, maar wel met de erkenning die zijn muziek meer recht aandoet. Zijn eerste concerten in Zuid-Afrika in 1998 waren wat dat betreft ook een onvervalst succes. Maar wat wil je ook, als je grootste fans denken dat je dood bent.

Zo, voldoende gelezen over Rodriguez. Nu hup, kijken die documentaire en luisteren die muziek. Voordat-ie echt dood is.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Bob Dylan vs. Andy Warhol: ruzie over drugs, vrouwen… en een sofa

Nee, dit is niet de Telegraaf. En je bent ook niet per ongeluk op de roddel- en achterklap-pagina van de Panorama beland. Het gaat hier om een al jarenlange oude ‘fittie’ tussen folkrock-zanger Bob Dylan en pop art-kunstenaar Andy Warhol. Waarover? Een vrouw natuurlijk. Maar ook over een sofa.

Eerst even wat korte voorgeschiedenis over Dylan, die verplichte kost zou moeten zijn in iedere middelbare school-muziekles. Bob Dylan heet helemaal geen Bob Dylan (althans eerst niet), maar Robert Allen Zimmerman. Dat bekt niet zo lekker, dus besloot hij zich tijdens zijn eerste studiejaar ‘Bob Dylan’ te noemen. Hij speelde toen met name traditionele folksongs, een beetje naar zijn grote voorbeeld Woody Guthrie. Die laatste ken je misschien van The Car Song, met de fantastische lyrics ‘engine goes brrmbrrm’ en ‘ahoeeehaaa’:

Maar omstreeks 1964 wisselde Dylan zijn folkgitaar in voor elektrisch versterkte bluesrock. Dat werd hem door zijn toenmalige fanschare niet in dank afgenomen (daarover ging waarschijnlijk ook zijn behoorlijk felle nummer Positively 4th Street). Uitgezonderd The Times They Are-A-Changin’, heeft Dylan niettemin pas daarna zijn grootste hits gescoord. Zo verschenen bijvoorbeeld Subterranean Homesick Blues en Like A Rolling Stone in 1965. Met die nummers zette Dylan zich (hernieuwd) op de kaart.

Maar er gebeurde meer in dat jaar en ja: dan komen we nu eindelijk bij die ruzie waar ik naartoe aan het werken ben. Bob Dylan was dat jaar namelijk stiekem in het liefdesbootje gestapt met ene Sara Lowndes. Hoe steekt dat Andy Warhol, vraagt u? Nou, helemaal niet. Maar het stak wel Edie Sedgwick, één van de meisjes die bij Warhol’s inner circle hoorde. Zij schijnt namelijk wel gevoelens te hebben gehad voor Dylan.

Geen idee wie die mensen zijn? Klik dan even hier:

Dylan ontkende later dat er ooit sprake zou zijn geweest van enige romance, maar dat is maar de vraag. Like A Rolling Stone schreef hij (zo wordt in ieder geval ook aangenomen) over háár. Het nummer is echter helemaal niet positief en zoomt juist in op de teloorgang van Edie Sedgwick – en wijst daarvoor naar Andy Warhol. Dylan zou Warhol verwijten dat hij haar had geïntroduceerd in de wereld van drugs; een valkuil waar ze nooit meer uit zou klimmen. Of Warhol die rol nu echt had vervuld is niet zeker, maar dikke vrienden zouden Andy en Bob niet meer worden.

En om het nog erger te maken, was Dylan enige tijd later binnen bij de Factory van Warhol (zijn atelier). Dylan deed er een klus voor Warhol en accepteerde een schilderij gemaakt door Warhol als betaling. Hoewel Andy Warhol zich eerst uiteraard vereerd voelde, bleek later dat Bob Dylan het schilderij (waarde: ca. $720,000) vervolgens had geruild voor een bank. Gewoon, een zitbank. Er waren ook geruchten dat hij het schilderij – van een gewapende Elvis – ondersteboven had gehangen en had gebruikt als dartbord. Ouch…

Andy Warhol en Bob Dylan bij het betreffende schilderij:

Geplaatst in Geen categorie | Tags: | Een reactie plaatsen

Foutje, bedankt? – Onbedoelde vergissingen in de studio

Krrr, pfrt, tssss…… Een vreemd bijgeluidje of een fout in een opname is snel gemaakt. En ook snel hersteld, zou je zeggen. Maar soms worden ze in de eerste instantie niet opgemerkt. En dan komen ze dus ook op de radio terecht…

In de categorie “Hoe heb ik dat nooit eerder gehoord?” is Christina Aguilera’s Beautiful een mooi eerste voorbeeld. Even een visuele voorstelling: onze Christina in de opnamestudio, naakt (althans zo stel ik mij dat voor) en met grote headphones op. Natuurlijk moet ze dan wel een beetje weten op welk tempo ze moet zingen. Uiteraard komt er dus geen Skrillex uit die koptelefoon, maar alleen een droog ritme. Iets dat wij niet hoeven te horen, toch?

Luister maar eens, meteen onder haar stem in het begin.

Volledig onbedoeld en dus ook een ‘fout’ is het volgende voorbeeld in Roxanne van The Police. De fout is er natuurlijk wel expres in gebleven en – toegegeven – is ook wel een leuke gimmick, maar gepland was het niet. Want wat gebeurde er? Kennelijk werd de intro van het nummer afgespeeld in de studio en stonden ook de microfoons alvast aan. Sting ging vervolgens nonchalant op een (wat hij dacht gesloten) piano zitten en voegde dus onbedoeld wat noten toe aan het nummer. Zijn bulderlach op 0:07 is daar het gevolg van:

In de categorie lugubere bijgeluiden
Even iets heel anders: lugubere bijgeluiden die aanleiding geven tot geruchten over een vermoord fotomodel. En wel in een eigenlijk heel vrolijke discoklassieker, Love Rollercoaster van Ohio Players. Als je ‘m hoort herken je hem wel (of niet). Maar wat je er waarschijnlijk nog niet eerder in hebt gehoord, is de gruwelijke schreeuw van een vrouw die vermoord lijkt te worden. Dat was in ieder geval één van de verhalen. De angstige schreeuw zou bijvoorbeeld van het fotomodel zijn die ook op de albumhoes staat, en waarop zij honing over zichzelf uitgiet. Die honing zou gloeiend heet zijn geweest en daarom stukken van haar vel hebben afgetrokken – vandaar de schreeuw. Oké…… Een andere optie is dat ze later in de studio door de manager zou zijn vermoord omdat ze dreigde met een rechtszaak. Of als dat allemaal nog niet absurd genoeg is, zou een of andere schoonmaakster in of buiten de studio zijn vermoord. Allemaal ongeloofwaardig natuurlijk, vooral omdat het ‘vermoorde’ fotomodel trouwens nog gewoon leeft…

Uiteindelijk blijkt het toch om een schreeuw te gaan van één van de mannelijke bandleden die aan het ‘inzingen’ was. Een urban legend dus. Prima, maar na al die verhalen bekruipt mij bij het horen van die schreeuw toch nog een onpasselijk gevoel… (op 2:32)

En tenslotte nog een zacht, onbeduidend foutje, dat ik echter nooit meer kan ont-horen. Wil je het volgende nummer nog normaal luisteren, dan zou ik hier gewoon maar stoppen met lezen. Vooral als je Imagine Dragons een goede band vindt.

Want het gaat om hun nummer It’s Time. Een goed, mooi geproduceerd nummer. Maar misschien is er toch iets misgegaan bij die productie. De intro bestaat uit 2 stukken, allebei zonder zang. Daarna zet de zang pas in. Maar op 0:08 zet zanger Dan Reynolds de zang al in, en dat is er nooit uitgehaald. Het valt niet op, totdat je het weet. En dan hoor je het dus voor altijd…

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Beter goed gejat dan slecht verzonnen?

Je kent ‘m wel, het nummer Down Under van one-hit-wonder Men At Work. Deze typische Australische song betekende een groot succes voor de uit Melbourne afkomstige band. Maar helaas is dit nummer ook onderwerp geweest van een slepende rechtszaak over copyright…

Het moet eerst gezegd worden: alle akkoorden, alle ritmes en alle riffjes zijn al eens verzonnen. Om een liedje helemaal from scratch te kunnen bedenken, moet je dus wel van hele goede huize komen. We heten niet allemaal Paul McCartney of Bob Dylan, dus dan wordt er wel eens wat van iemand anders geleend. En dat is helemaal niet erg. Zo heeft Coldplay één van hun grotere hits Talk qua melodielijn volledig gekopieerd van Kraftwerk’s Computer Love. (Dat hebben ze gewoon gevraagd, overigens.)

Soms zijn de overeenkomsten tussen nummers subtieler. Of zelfs vergezocht. Het is mij niet duidelijk of Men At Work inderdaad “geïnspireerd” was door een ander nummer bij het schrijven van Down Under. Maar de rechter vond dat ze teveel hadden gekeken naar nota bene een oud kinderliedje, geschreven door lerares Marion Sinclair. De overbekende fluitriff uit de Australische hit heeft inderdaad wel wat weg van deze melodielijn…

Nederlandse nasynchronisatie
Sommige artiesten laten zich nog uitgebreider inspireren. Marco Borsato en André Hazes hebben er een handje van om complete (al dan niet Italiaanse) nummers te kopiëren, uiteraard wel vergezeld van een Nederlandse tekst. Wie is er niet al eens met sluitingstijd de kroeg uitgezet onder begeleiding van De Hoogste Tijd van Hazes (origineel van Adamo)? The Kik – een bandje dat de muziekstijl van de 60’s kopieert – haalt ook wel meer dan slechts wat inspiratie uit het verleden. Hun song Simone was een aardige hit. Maar komt het nummer hieronder niet ergens bekend voor…?

Het voordeel van ´jatten´
Dat bands hun inspiratie (of meer dan dat dus…) halen uit prestaties van anderen, hoeft uiteindelijk natuurlijk geen probleem te zijn. Het zorgt ervoor dat oude nummers weerklank kunnen vinden in nieuwe generaties en daar ook weer als inspiratie kunnen dienen. Meer dan een aantal nummers van Coldplay zijn met trots ‘gejat’ (zelfs onderling), maar hebben wel gezorgd voor een sterke verrijking van het muzieklandschap van de afgelopen jaren. Nummers die anders in de vergetelheid zouden zijn geraakt, kunnen weer afgestoft en opgepoetst worden tot hedendaagse invloedrijke hits. En sommige liedjes raken het publiek zelfs gewoonweg meer dan het origineel (denk aan Birdy’s uitvoering van Skinny Love, origineel van Bon Iver).

En het nadeel…
Maar soms gaat het mis. Soms kan wat inspiratie opdoen uit het verleden ervoor zorgen dat de originele makers langskomen. En als die makers The Rolling Stones heten, dan kan dat erg ongunstig uitpakken. The Rolling Stones hadden met hun manager onder de naam The Andrew Oldham Orchestra een instrumentale versie van The Last Time opgenomen. Hoewel de originele versie van The Last Time er totaal niet op leek, inspireerde de instrumentale versie The Verve tot het schrijven van hun allergrootste hit Bitter Sweet Symphony. Een nummer waar ze echter totaal geen royalty’s meer aan over hebben gehouden…

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen